Crisis

‘Crisis’ heeft haar naam niet gestolen. Ik doel op de etymologie van het woord. Het woord komt van het Grieks en is afgeleid van het werkwoord krinein, ‘(onder)scheiden.’ Het slaat dus op het moment waarop er tot een beslissing gekomen wordt. In ons woord ‘crisis’ klinkt hoofdzakelijk door dat er een wending nodig is, omdat het slecht gaat. Het Grieks focust op ‘het beslissende moment’ in die nood: de krisis is het moment van helderheid.

De meest ingrijpende crisissen beleven we gewoonlijk individueel, in de intimiteit van onze relaties of onze persoon. Nu we een collectieve noodtoestand doormaken, kan ik er iets persoonlijks over zeggen zonder te bevreemden. Want een crisis is moeilijk, pijnlijk. Dat drukt ons woord uit. Maar het is ook het moment waarop het belangrijkste komt bovendrijven. Dat drukt het Griekse woord uit. Als er veel wegvalt, wordt duidelijk wat levensnoodzakelijk is. Daardoor weet ik wel zeker dat ik een echte crisis heb doorgemaakt, incluis lockdown en langzame versoepeling van de maatregelen.

Gouda

In de crisis heb ik moeten afzien van wat belangrijk leek. Maar de beperkingen, de lichte doelloosheid, het stijgende gevoel van tekort en de vlagen van revolte waren slechts de keerzijde van het gebeuren. Aan de andere zijde – die zijde zonder treffende naam –, kwam er een duidelijke rangorde in de aspecten van mijn leven, in de verlangens en noden. Alsof ik in de minder gevulde rekken van het bestaan beter kon zien welke dingen ik echt wilde. Zoals op het houten schap van een lokale kaaswinkel de grote bol jonge Gouda een nobeler schijn krijgt dan die plastiek verpakte sneetjes in de ronkende ijskasten van het grootwarenhuis. Net zo werd ik, naarmate het geschitter en geschetter van alle onvervulde mogelijkheden dimde, aandachtiger en dankbaarder voor wat er wél was.

Versoepeling en vervaging

Tot alles terug kon, tot mijn agenda met verlangens zich weer ongeremd kon vullen! Het is mij opgevallen hoe snel de rangorde vergeten was. Alles leek opnieuw eender. Alsof in het gemak van een vlot lopend leven alles evenwaardig en onverschillig wordt. – ‘Ach, als het deugd doet.’ Of: ‘Als je je er goed bij voelt,’ zeggen we dan. En er lijkt weinig dat echt schaadt.

De stadspoort van mijn lippen

Maar de schijn bedriegt. Kleine keuzes tekenen wel degelijk mijn leven. ‘Leid een leven dat beantwoordt aan de roeping die u hebt ontvangen,’ zegt Paulus (Ef 4,1). Wat een zeurpiet, dacht ik vroeger; het kille opgestoken vingertje van de sociale wenselijkheid die de rijke keuzes uit de supermarkt van het leven niet verdraagt. Ik had het mis. Ik heb geleerd dat de crisis de gelegenheid is om ‘de oude mens uit te trekken’ en je te ‘bekleden met de nieuwe mens’ (Kol 3,9-10), die glimt als een kaasbol van hoge kwaliteit.

En dat houd ik liever vast. Daarom ontsmet ik de handen van mijn ziel. Laat mij toch het virus van de zelfzucht niet betrappen, de ander met mijn aandriften niet infecteren. ‘Zet een wachtpost bij mijn mond, o Heer, wakers bij de stadspoort van mijn lippen’ (Ps 141,3).