De geest uit de fles: een geschiedenis van ons denken

Als je meent dat denken saai is, of gelooft dat moeilijke thema’s gelijk staan aan hoofdpijn, lees dan ‘De geest uit de fles’ van Ger Groot* – ‘met illustraties uit de geschiedenis van de beeldende kunst, architectuur, muziek, opera, toneel en film.’ De lay-out ervan alleen al maakt je vrolijk. Het is een boek waar je zo in gezogen wordt. Je weet wel, die vervlogen geneugte van het bladeren in een encyclopedie, vol foto’s en prenten, telkens weer vergezeld van een interessant bijschrift. Bovendien zijn alle muziek- en beeldfragmenten waarnaar verwezen wordt in het boek, te vinden op een bijhorende website.

De auteur zet prachtig uiteen ‘hoe de moderne mens werd wie hij is’. Hij gaat door de geschiedenis van de filosofie, vanaf de vroege moderniteit tot nu, om de evolutie van het denken bloot te leggen. Dat is geen zuiver academische aangelegenheid: ‘Filosofie is overal, in alle hoeken van de samenleving – niet alleen in de kunsten, maar ook in reclameboodschappen, in pornografie en zelfs in de graffiti op straat.’ Zo komt in elk hoofdstuk een aspect van de hedendaagse mens aan het licht. Want ‘van alle menselijke gestalten die naar voren komen in de avontuurlijke geschiedenis die hij doorlopen heeft in de afgelopen eeuwen hebben wij wel iets,’ zonder er ons evenwel nog volledig mee te kunnen vereenzelvigen.

De rode draad bij deze queeste is wat de dood van God genoemd wordt. ‘Je zou,’ zo schrijft Groot, ‘de geschiedenis van de moderne wijsbegeerte kunnen lezen als één aanhoudende poging om in het reine te komen met dit verlies van een goddelijk ankerpunt.’ Natuurlijk zijn er ook vandaag mensen die een gelovig leven leiden. Toch kunnen we er niet omheen dat de klassieke theocentrische wereldorde is vergaan. God is niet langer het oriëntatiepunt van de wereld, dat is de mens zelf geworden. Maar de grote vraag is hoe hij die rol kan overnemen, aangezien hij precies niet God is. God weglaten uit de wereld mag dan wel een eenvoudige operatie lijken, de geschiedenis van het moderne denken toont hoe revolutionair en zelfs desoriënterend deze evolutie is.

Groot laat op een prikkelende manier zien hoe dat alles zich veruitwendigt in kunst en cultuur. Zo is de onthoofding van Lodewijk XVI, kort na de Franse Revolutie, symbool voor het verdwijnen van de klassieke hiërarchie, waardoor we voortaan gelijke burgers worden. En wanneer in de schilderkunst vanaf de Renaissance perspectiefgebruik algemene ingang vindt, is dat niet slechts een overgang van primitieve naar moderne technieken, maar de overgang van een kosmische blik naar het menselijke perspectief – dat per definitie de weergave is van een individueel standpunt.

De mooiste verzinnebeelding van de perspectiefwissel in de geschiedenis van ons moderne denken is wellicht het onder het stof verdwijnen van de spiegel op Velázquez’ Las Meninas. In dit 17e-eeuwse schilderij zijn alle blikken gericht op het koningspaar (de goddelijke hiërarchie) waarvan we in de spiegel de reflectie zien. Als net dat detail verdwijnt, zien we enkel nog de mens die zichzelf zoekend aankijkt. En laat dat precies het voornaamste kenmerk zijn van de hedendaagse mens, concludeert Groot: ‘We zijn ons eigen raadsel geworden: een levende tegenspraak.

*Ger Groot, De geest uit de fles. Hoe de moderne mens werd wie hij is, Lemniscaat, Rotterdam, 2017, 360 blz.

Pieter Van Petegem