Waarom de waarheid ertoe doet

De perversie van de waarheid: Trump

Hoe kan het toch dat iemand met zo een perverse verhouding tot de waarheid als Donald Trump de leiding over een wereldmacht toevertrouwd krijgt? Je kan het je morrend afvragen, maar Susan Neiman wijst er in haar vlot lezend pamflet – Verzet en rede – fijntjes op dat die hallucinante gebeurtenis meer met onszelf te maken heeft dan we willen geloven. In het spreken en handelen van populistische politici krijg je de gevolgen te zien van de postmoderne relativering van de waarheid, stelt ze.

Een vervuild alledaags discours: relativisme

Na drie hoofdstukken voorbeschouwing in Amerikaanse stijl, met veel anekdotes en voorbeelden, komt Neiman in de twee laatste hoofdstukken tot de basis van haar stelling: ons alledaagse discours ‘is vervuild door de overtuiging dat aanspraken op waarheid en moraal niets anders dan aanspraken op macht zijn.’ De postmoderne gedachten dat elke waarheid gedeconstrueerd kan worden en dat de enige echte beweegreden in ons leven de survival of the fittest is, zijn zodanig deel gaan uitmaken van ons dagelijks leven dat we geen enkel redelijk verzet meer plegen tegen wat tenslotte louter ideologieën zijn.

Filosofen hebben duizenden jaren lang geworsteld met het verband tussen denken en handelen, maar ook zonder hun argumenten uit te spitten is één ding overduidelijk: wat je mogelijk acht, bepaalt het kader waarbinnen je handelt. Als je denkt dat het onmogelijk is om waarheid van een bedacht verhaal te onderscheiden, doe je geen moeite meer om dat te proberen. Als je denkt dat het onmogelijk is op basis van iets anders dan eigenbelang te handelen, weet je zeker dat je dit ook doet.

Wantrouwen en tolerantie

De filosofe treft het hart van onze samenleving wanneer ze erop wijst dat die alledaagse nonchalance tegenover de waarheid een ideale voedingsbodem is voor extremisme en populisme. Holocaustnegativisme bijvoorbeeld of andere complottheorieën worden immers juist gevoed door wantrouwen voor wat voorgesteld wordt als feitelijk. Als je dus denkt dat je extremisme kan bestrijden door het prediken van meer tolerantie, heb je het behoorlijk mis volgens Neiman. Daarmee kon de mensheid ten tijde van de godsdienstoorlogen weliswaar leren omgaan met onverenigbare opvattingen, maar in onze tijd van relativisme is er hoegenaamd geen nood aan extra nadruk op de machteloosheid t.o.v. andere meningen. Er is veeleer nood aan belangstelling en waardering voor de waarheid in andere culturen.

Waarheid, feiten en rechtvaardigheid

Het is natuurlijk belangrijk om op het niveau van de feiten te zoeken naar de waarheid. Je kan je bijvoorbeeld niet blind laten leiden door wat je via de gewone media te weten komt om historische gebeurtenissen juist in te schatten.

Het is echter nog belangrijker om in te zien dat in onze tijd onterecht alle nadruk is komen liggen op de capaciteit om feiten te verzamelen en op basis daarvan wetenschappelijke redeneringen op te zetten, met andere woorden op de utilitaire kant van de rede. De neiging bestaat onze denkvermogens te reduceren tot die functie om de macht te verwerven om zaken te voorspellen én te manipuleren.

Neiman benadrukt dat de rede ook voor hogere doelen ingezet moet worden. In de 18e eeuw al maakte Kant duidelijk dat de rede ‘het vermogen is gebruik te maken van universele waarden, vooral waarheid en rechtvaardigheid, als oriëntatiepunten voor het denken.’ Het is de taak van de rede om met ideeën, met idealen weerstand bieden aan de drang de feitelijkheid als norm te zien. Anders dreig je de vraag naar wat goed en juist is uit handen te geven aan ‘neoliberale economische adviseurs die de zogenaamde natuurlijkheid van hun ideologie ondersteunen met de biologische evolutietheorie.

Laat je op een zomerse namiddag in de zon door Neiman een goedmoedige tik uitdelen voor je lakse relativisme. Want om de werkelijkheid goed te zien, ‘heb je een waarheidsconcept nodig.’

 

[Susan Neiman, Verzet en rede in tijden van nepnieuws, Lemniscaat, Rotterdam, 79 blz.]

 

Pieter Van Petegem