Ik houd niet van de vasten

Ik houd niet van de vasten. Het ruikt naar muffe kerken en klerikale wetjes. Dat gedoe met vlees derven en dat gemekker over snoep en al wat ik achterwege zou moeten laten. Alsof de lieve Jezus een moer geeft om mijn lijn. Ach neen, natuurlijk, zo mag je het niet begrijpen. Je kan ook hedendaags vasten. Dan mag alles wel, maar kies je gewoon zelf een vastenpuntje. In deze periode neem ik minder de auto en ga ik met de fiets naar het werk. Een mooi plan voorwaar, zeker nu het weer toch beter wordt… Of die smartphoneverzakers, Facebooksluiters, tv-vermijders en andere moderne meeheulers. En altijd weer met dat ingenieuze tellen van de dagen: het zijn er 40, want de zondagen doen niet mee. Jezus zat immers 40 dagen in de woestijn. Ja, en hij sloeg de zondagen hoogst waarschijnlijk ook over. Neen, ik houd niet van de vasten. Maar ach, wat maakt het uit. Toch geen mens meer die het nog doet, vasten. Want vasten is voor kwezelige sfeerbedervers en conservatieve regelnichten. Net iets voor die celibatairen uit Rome om hun makke schapen mee te belasten.

Neen, ik houd echt niet van de vasten. Dus doe ik het maar in het verborgene. Je weet wel: scheur je hart, niet je kleed. En omdat mijn hart vaak pas goed scheurt als ik een scheur in mijn kleed zie, scheur ik mijn kleed. Dat ik een beetje honger heb, hoeft niemand te zien. Maar zelf voel ik wel dat ik gerust een broodje zou verdragen om de honger te vergeten. Of neen, dat is het nog niet helemaal. Want op dagen dat ik druk in de weer ben, durf ik ook al eens vergeten te eten. Helemaal niet zo erg. Het is ’s avonds dat het me opvalt dat ik iets moet sussen. Wat een onvoldaan gevoel als ik de avond niet kan sluiten met een zak chips en een glas bier. Toch het summum van gezelligheid om knabbelend een serietje te kijken en de dag te laten wegebben. Proost! Nu moet ik wel toegeven: als je van dat voedsel eet en van dat water drinkt, krijg je weer honger en dorst. Het is iedere avond hetzelfde liedje. En nu merk ik de laatste tijd iets anders. Dat ik mezelf een grens stel en me dingen ontzeg geeft me een andere verzadiging. Een hongerige verzadiging, dat wel. Maar ik leef anders. En ik bid anders. Waarom is het mij vroeger nooit opgevallen dat er een maat is aan de dingen? We zouden het haast vergeten, maar in het paradijs is er een boom om niet van te eten. En verdorie, wat groeit mijn honger! Alles ziet er des te zoeter en smakelijker uit. Maar ik wil de honger niet meer stillen. Ik eet minder, tot net onder de grens van de verzadiging. Dat doe ik niet omdat het een regeltje is, maar omdat ik van de honger honger heb gekregen naar Hem. Ik heb een honger ontdekt waar ik meer honger naar wil krijgen. En telkens als mijn maag grolt, is het een gebed dat meer wil bidden. Wat een heilige tijd. Neen, ik zal niet afslanken door het vasten. Vette spijs heb ik gegeten. Want een mens leeft niet van brood alleen, maar van alles wat komt uit de mond van de Heer.

 

2017, Pieter Van Petegem

Advertenties