Het Woord is vlees geworden

“In de jongste dagen is het Woord van God, bekleed met een lichaam dat Hij van Maria ontvangen had, in deze wereld binnengetreden.” Het zijn de woorden van Origenes. We zijn in de 3e eeuw na Christus en hij richt zich tot het Godsvolk naar aanleiding van een lezing uit het boek Leviticus. Wat moeten we met zo’n boek, vraagt Origenes zich retorisch af. De beschrijvingen van joodse rituelen en offers, handelingen die de priester en het volk daarbij moeten verrichten, het subtiele onderscheid tussen reine en onreine dieren, gedetailleerde voedselvoorschriften, bepalingen over vrouwelijke onreinheid, regels over de behandeling van huidziekten ­– voor ons is het lezen van al die verordeningen toch nutteloos geworden?

Het lichaam van de Schrift

Laat je niet misleiden door de schijn, zegt Origenes. Denk aan wat er ‘in de jongste dagen’ gebeurde, hoe ‘het Woord van God deze wereld binnentrad, bekleed met een lichaam dat Hij van Maria had ontvangen’. Iedereen kon dat lichaam van Jezus zien. Maar het was niet iedereen gegeven ook zijn goddelijkheid te ontwaren. Net zo gaat het met het literaire corpus waarin Gods Woord onze wereld is binnengetreden via de gewijde schrijvers.

Als we lezen in het boek Leviticus, als we ons verbaasd afvragen wat bepalingen en wetten van een vervlogen tijd voor ons betekenen, mogen we ons niet blindstaren op de buitenkant van de tekst. Want zoals het Woord in Jezus’ menselijkheid verborgen was door “de sluier van het lichaam”, zo is het in de Bijbel verborgen door “de sluier van de letter”.

Met de Schrift hebben we een akker in handen gekregen waarin een schat verborgen ligt. Iedereen kan de Bijbel lezen, maar “zalig zijn de ogen die de goddelijke Geest zien, die verborgen is achter de sluier van de letter. Gelukkig zij die de zuivere oren van hun innerlijk daarnaar doen luisteren.”

Geestelijk voedsel

De woorden van de Schrift zijn geestelijk voedsel voor ons. Dat is wat we lezen bij de profeet Ezechiël, die de boekrol moest eten, en het smaakte hem als honing.

Maar ook het mens geworden Woord ligt natuurlijk niet toevallig in een kribbe. De os en de ezel weten wel dat in deze voederbak het ware voedsel ligt. Dat voedsel krijgen we nog steeds voorgeschoteld in de eucharistie, wanneer we het lichaam van Christus ontvangen. En voor dat lichaam van Christus geldt opnieuw wat geldt voor ‘het lichaam dat Hij van Maria ontvangen had’: iedereen kan het zien, iedereen kan het aanraken, maar zalig de mond die het tot zich neemt als geestelijk voedsel.

Kan het ons verbazen dat de communie en het lezen van de Schrift zo innig verbonden zijn? “U die regelmatig de goddelijke mysteriën bijwoont,” merkt Origenes elders op, “u weet met welke eerbiedige zorg u het Lichaam van de Heer, wanneer het aan u wordt uitgedeeld, bewaart, uit vrees dat er een kruimel valt en een deel van de gewijde schat verloren gaat. Net zo moet u er zorg voor dragen, wanneer u goddelijke woorden ontvangt en in u opneemt, dat u ze niet aan uw handen laat ontsnappen en ze verliest.”

Pieter Van Petegem

[gepubliceerd in Tertio]

Advertenties